Restauratie - Papieren kunstwerken - Gravures

Gravures 1

De lijngravure is een diepdrukvorm waarin het beeld met een burijn is uitgestoken, en de afdruk daarvan. De lijngravure wordt veelal in koper uitgevoerd en wordt dan ook kopergravure genoemd of chalcografie. Bij voorkeur wordt voor de gravure roodkoper als drukvorm gebruikt. Vroeger werd koper tot platen geklopt, het was harder dan het tegenwoordige gewalste koper. De plaat dienst 1,5 à 3 mm dik en geheel vlak te zijn, ze wordt met puimsteen, houtskoolpoeder en olie gepolijst. In het metaal mogen ook onder het oppervlak geen ‘bellen’ voorkomen. De hoeken worden afgerond en de randen gefacetteerd. De tekening wordt met droge naald schetsmatig in de plaat gekrast of in grote lijnen licht geëtst. Op een aangeëtste plaat kan met een zacht potlood worden getekend. Het beeld wordt in de plaat gestoken met behulp van een graveerijzer of burijn. De koperburijn is wat stomper geslepen. De kopergraveur gebruikt verschillende burijnen, sommige zijn vierkant van doorsnee en in een stuk of zes diktematen voorhanden. De graveertechniek is een lijntechniek en de graveur kan slechts halftoonvlakken produceren door te arceren. De kopergravure is altijd zo helder mogelijk afgedrukt om het specifieke lijnverloop en de arcering goed te laten uitkomen. Door slijtage kunnen lijnen vervlakken en lichtere partijen verdwijnen. Van een goede kopergravure kunnen ongeveer 200 uitstekende afdrukken gemaakt worden, dan nog eens 300 à 40 van goede en zelfs een aantal van redelijke kwaliteit. Daarna vervlakt het beeld snel. Voor manuele diepdruk zijn dikke olieachtige inkten vereist. Ze worden van fijngewreven roet gemaakt met ‘gebrande’ lijnzaadolie of lijnolievernis als drager en bindmiddel. Een geringe toevoeging van gewone lijnolie aan de inkt wordt wel gebruikt om door enige uitvloeiing daarvan wat warmere lijnen te verkrijgen. Het roet, Franforterzwart, ivoorzwart of lampezwart, geeft een grijsachtig zwart, waar wat blauw aan toegevoegd wordt om diepzwart te verkrijgen of rood of gebrande sienna dat het zwart warmer maakt. De inkt dient een grote samenhang te hebben zodat, wanneer bij het afdrukken de inkt aan het papier hecht, hij vrijwel geheel uit de groeven wordt getrokken. Op het papier verstijft de inkt in 48 uur en is dan droog. Daarna zet een oxidatieproces in dat jaren kan duren: de inkt versteent. Hierdoor bewaren prenten op goed papier gedrukt door de eeuwen heen hun frisheid.

Gravures, zoals de meeste vlakke papieren kunstwerken, vertonen meestal sporen van vroegere inkaderingen en vervuiling tijdens deze periode. Tijdens de ingekaderde tentoonstelling wordt het object blootgesteld aan licht, warmte en allerlei omgevingselementen. Hierdoor zal het ‘blote’ deel van de gravure met de tijd gaan verdonkeren, de mate hiervan is ook afhankelijk van het soort papier waarop gegraveerd werd. Opliggend vuil, geïncrusteerd vuil, zowel als taperesten en papierresten kunnen op gravures terug te vinden zijn en kunnen worden behandeld.

Aangezien gravures vervaardigd zijn met olieachtige inkt, kan de prent (na uitgebreid testen) vochtig gereinigd worden om vastzittende vervuilende deeltjes te verwijderen. Een eventuele verdere chemische behandeling zoals bleken is op dit moment ook mogelijk. Vervormingen en scheuren kunnen in dit stadium van de behandeling hersteld worden met dun gebufferd Japans papier en tarwezetmeellijm. Na drogen kan de prent er weer enkele honderd jaren tegenaan.

1 Fons Van Der Linden, De grafische technieken. 2de uitg., Schoten, 1982.